Regeling met ASR Nederland - veel gestelde vragen

Print deze pagina
Hieronder vindt u de veel gestelde vragen (F.A.Q.) over de regeling met ASR Nederland. Hiermee wordt een antwoord gegeven op de belangrijkste vragen die ons zijn gesteld over de regeling. De tekst van de overeenkomst zelf kunt u hier raadplegen. In geval van strijdigheid prevaleert de tekst van de overeenkomst. Aan de veel gestelde vragen kunnen dus geen rechten worden ontleend.

Veel gestelde vragen over de regeling
  1. Wie hebben de regeling gesloten?
  2. Welke polissen vallen onder de regeling?
  3. Geldt de regeling alleen voor polishouders die bij WPC zijn aangesloten?
  4. Wat levert de regeling mij op?
  5. Worden in de regeling ook koersverliezen vergoed?
  6. Hoe werkt de terugbetaling van een deel van de betaalde kosten?
  7. Hoe hoog is de compensatie van een deel van de betaalde kosten?
  8. Worden risicopremies in de regeling ook als kosten gezien?
  9. Volgens het jaaroverzicht gaat op dit moment een groot deel van mijn inleg op aan kosten. Hoe kan dit?
  10. Hoe werkt het fonds voor schrijnende gevallen?
  11. Is de regeling met de Verzekeraars van ASR Nederland nu al definitief?
  12. Wat vindt WPC van de regeling?
  13. Hoe werkt de stemprocedure over de regeling?
  14. Hoe wordt gecontroleerd of de verzekeraars zich aan de regeling houden?
1. Wie hebben de regeling gesloten?

WPC heeft de regeling gesloten met de verzekeraars die behoren tot ASR Nederland: N.V. Amersfoortse Levensverzekering Maatschappij, Falcon Leven N.V., Fortis ASR Beleggingsconsortium, Maatschappij voor Beleggen en Verzekeren N.V., Fortis ASR Levensverzekering N.V., Interlloyd Levensverzekering Maatschappij N.V. en VSB Leven N.V. (hierna gezamenlijk te noemen: de Verzekeraars). Naast WPC en de Verzekeraars zijn ook Vereniging Consument & Geldzaken (VCG), Stichting Verliespolis, Vereniging Eigen Huis (VEH) en Vereniging van Effectenbezitters (VEB) partij bij de regeling. De regeling met de Verzekeraars wordt dus gesteund door alle relevante belangenorganisaties en heeft hiermee een breed maatschappelijk draagvlak.


2. Welke polissen vallen onder de regeling?

De regeling geldt voor alle beleggingsverzekeringen die vóór 1 januari 2008 zijn verkocht door de hiervoor genoemde Verzekeraars. De regeling geldt echter niet voor polissen die binnen 5 jaar na de begindatum door de polishouder zijn beëindigd (afkoop).


3. Geldt de regeling alleen voor polishouders die bij WPC zijn aangesloten?

Nee. De regeling geldt voor alle polishouders van de Verzekeraars. Het maakt daarbij niet uit of u bent aangesloten bij WPC of niet. Polishouders van de Verzekeraars die al vóór 16 december 2008 bij WPC waren aangesloten en die in januari 2009 via de stemmodule op het besloten gedeelte van de website hebben gestemd over de regeling met de Verzekeraars, hebben daarnaast een extra uitkering van € 50 gehad. De stemmers kregen dus een hoger bedrag terug dan de donatie die zij deden, dit als dank voor hun steun aan WPC. Meer informatie hierover vindt u bij de vraag 13 “Hoe werkt de stemprocedure over de regeling?”.


4. Wat levert de regeling mij op?

De regeling kent drie vormen van compensatie toe:
  1. Te veel betaalde kosten worden aan u terugbetaald. Meer informatie hierover vindt u bij vraag 6 “Hoe werkt de terugbetaling van een deel van de betaalde kosten” en vraag 7 “Hoe hoog is de compensatie van een deel van de betaalde kosten?”.

  2. Schrijnende gevallen kunnen beroep doen op een extra fonds van € 85 miljoen. Uit dit fonds worden onder meer verliezen vergoed die het gevolg zijn van de zgn. “hefboom”en “inteer” effecten bij ‘universal life’ beleggingsverzekeringen en kan daarnaast aanvullende compensatie worden geboden aan polishouders die ondanks vergoeding van te veel betaalde kosten en hefboom/inteer verlies nog steeds als schrijnend geval kunnen worden aangemerkt. Meer informatie hierover vindt u bij de vraag 10 “Hoe werkt het fonds voor schrijnende gevallen?”.

  3. Polishouders van de Verzekeraars die al vóór 16 december 2008 bij WPC waren aangesloten, hun donatie aan WPC hebben betaald, en hun stem hebben uitgebracht over de regeling (midden januari 2009) hebben begin 2009 een extra uitkering van € 50 ontvangen als dank voor hun steun aan WPC. Meer informatie hierover vindt u bij vraag 13 “Hoe werkt de stemprocedure over de regeling?”.


5. Worden in de regeling ook koersverliezen vergoed?

Nee. Koerswinsten en – verliezen blijven voor rekening van de polishouder. Dat neemt niet weg dat u deze mogelijk wel (deels) kunt verhalen op uw tussenpersoon, als deze u verkeerd heeft geadviseerd over de wijze waarop u de inleg zou moeten beleggen en/of als deze u onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd over de beleggingsrisico’s.


6. Hoe werkt de terugbetaling van een deel van de betaalde kosten?

De Verzekeraars hebben zich in de regeling verplicht er voor te zorgen dat de kosten over de hele looptijd gezien nooit hoger zijn dan een bepaald percentage van het opgebouwde vermogen per jaar. Dit percentage is afhankelijk van de hoogte van de door u betaalde bruto premie en of er een garantie op de polis zit. Op de einddatum van de polis wordt het feitelijke eindkapitaal vergeleken met het eindkapitaal dat u zou hebben opgebouwd als de kosten niet hoger waren geweest dan het afgesproken maximum. Als sprake is van een garantie in de polis, wordt ook het garantiekapitaal opnieuw berekend; bij lagere kosten kan het garantiekapitaal namelijk hoger worden. Vervolgens wordt gekeken wat het hoogste bedrag is: het feitelijke eindkapitaal, het eindkapitaal op basis van gemaximeerde kosten of het (herberekende) garantiekapitaal. U krijgt vervolgens het hoogste bedrag uitgekeerd. Op deze manier krijgt u niet alleen te veel betaalde kosten terug, maar ook aanvullende compensatie voor het over deze kosten gemiste beleggingsrendement en de bijdrage hiervan aan een hoger garantiekapitaal.


7. Hoe hoog is de compensatie van een deel van de betaalde kosten?

Hoe hoog de compensatie is, verschilt per polis. U wordt hierover uiterlijk in 2010 geïnformeerd door uw verzekeraar. De tussenliggende periode wordt gebruikt om alle hiervoor nodige berekeningen te maken. U ontvangt van de verzekeraar dan een compensatievoorstel op maat. Dit voorstel voorziet zowel in een indicatie van de door u te ontvangen compensatie voor te veel betaalde kosten als voor het hefboom/inteer verlies als dit zich in uw polis heeft voorgedaan en hoger is dan € 50. Vervolgens wordt ieder jaar in het jaaroverzicht van uw polis aangegeven welk voorbeeld eindkapitaal u op de einddatum kunt verwachten en welke compensatie hieraan wordt toegevoegd.

Welke maximum kosten gelden voor uw polis, is afhankelijk van het bedrag dat u per jaar aan bruto premie heeft ingelegd. Voor polissen met een looptijd van 30 jaar of langer én een bruto premie van minmaal € 2.000 per jaar of koopsom van minimaal € 20.000 geldt een maximum van 2,25% per jaar, voor polissen met een bruto premie vanaf € 1.200 per jaar (of koopsom vanaf € 12.000) een maximum van 2,45% per jaar en voor polissen met een lagere premie of koopsom een maximum van 2,85% per jaar. Voor polissen met een lagere premie of koopsom geldt een hoger percentage, omdat hierop in euro’s gerekend vaak al minder kosten worden betaald. Iedere polis kent een deel vaste kosten, die altijd even hoog zijn, ongeacht de bruto premie inleg. Om te voorkomen dat polissen met een hogere bruto premie inleg hierdoor worden benadeeld, geldt voor deze polissen een lager maximum percentage. Alle percentages zijn veel lager dan het maximum van 3,5% dat wordt genoemd in de Aanbeveling van de Ombudsman Financiële Diensten van 4 maart 2008 en zijn voor vrijwel alle polissen hetzelfde als de percentages in de regelingen die WPC eerder heeft gesloten met Delta Lloyd Groep en ING Groep (Nationale-Nederlanden, RVS en Postbank Verzekeringen). Deze regelingen zijn (net als de regeling met de Verzekeraars van ASR Nederland) door de overgrote meerderheid (>98%) van de bij WPC aangesloten klanten van deze verzekeraars goedgekeurd en hebben een breed draagvlak. De regeling met de Verzekeraars van ASR Nederland sluit hierbij aan, en is voor een specifieke groep nog iets aangepast in verband met de specifieke kenmerken van sommige beleggingsverzekeringen van de Verzekeraars. Het gaat hier om polishouders met een langlopende polis (minimaal 30 jaar) en een hoge bruto premie inleg (vanaf € 2.000 per jaar) of koopsommen vanaf € 20.000.

Indien een garantie van minimaal 3% per jaar in de polis is opgenomen, mag hiervoor maximaal 0,45% per jaar aan extra kosten (garantiekosten) worden gerekend. Een garantie wil zeggen dat op de netto premie inleg een minimale opbrengst van 3% of meer per jaar wordt gegarandeerd, ook als de beleggingsresultaten slechter zijn. Als een garantie van toepassing is, moet de verzekeraar het verschil bijbetalen. Ook op dit punt is de regeling veel gunstiger dan de Aanbeveling van de Ombudsman. De Ombudsman vindt in zijn Aanbeveling van 4 maart 2008 een garantie opslag tot maximaal 1,0% per jaar redelijk. In deze regeling wordt de garantieopslag teruggebracht tot maximaal 0,45% per jaar, een heel stuk lager dus.

Niet op alle polissen worden te hoge kosten ingehouden. Als de kosten over de looptijd lager zijn dan het afgesproken maximum, kun je stellen dat op dit punt geen schade is geleden, zodat compensatie niet nodig is. In heel veel andere gevallen zijn de kosten wel hoger, maar niet zo veel, zodat sprake is van beperkte kostenschade en dus van een beperkte compensatie.


8. Worden risicopremies in de regeling ook als kosten gezien?

Nee. Onder kosten worden begrepen alle kosten die verband houden met het opmaken en administreren van de polis, het beheer van de beleggingen en de adviesvergoeding voor de tussenpersoon. Risicopremies zijn een aparte vergoeding voor het verlenen van een uitkering indien zich een bepaalde situatie voordoet, bijvoorbeeld overlijden of arbeidsongeschiktheid. De risicopremies zijn afhankelijk van het verzekerde bedrag, het aantal verzekerden, de leeftijd van de verzekerden en bepaalde andere factoren, zoals rookgedrag. Dit brengt mee dat de hoogte van de risicopremies per polis (sterk) kan verschillen.

In veel gevallen is slechts sprake van een beperkte risicodekking. Dit betekent dat de verzekeraar ook weinig risico loopt, zodat de risicopremies laag zijn. Hogere risicodekkingen komen in praktijk vooral voor bij beleggingsverzekeringen die zijn afgesloten in combinatie met een hypotheek. Ook hiervoor wordt in de regeling met de Verzekeraars een voorziening getroffen. Volgens de regeling mogen zij slechts een beperkte opslag rekenen van maximaal 16% op de sterftekansen op basis van de voor het product geldende sterftetafel, waarbij ook eisen worden gesteld aan de maximaal te hanteren sterftetafel.

Indien de risicopremie hier bovenuit stijgt wordt het meerdere wél als kosten gezien en meegenomen bij de berekening van de compensatie van te veel betaalde kosten. Meer informatie hierover kunt u vinden in vraag 6: “Hoe werkt de terugbetaling van een deel van de betaalde kosten?” en vraag 7: “Hoe hoog is de compensatie van een deel van de betaalde kosten?”

In sommige gevallen nemen de risicopremies in hoogte toe als de beleggingen in waarde dalen. Dit wordt ook wel ‘hefboom werking’ genoemd. De regeling voorziet ook in compensatie van verliezen die ontstaan door deze ‘hefboom werking’. Meer informatie hierover vindt u onder de vraag 10 “Hoe werkt het fonds voor schrijnende gevallen?”

Veel polissen bieden u bovendien de mogelijkheid om de risicodekking te verlagen. Verlaging van de risicodekking leidt ook tot een verlaging van de risicopremies. In sommige gevallen is sprake van een te hoge dekking; u kunt hierop dan aanzienlijk besparen. Raadpleeg hierover altijd eerst uw tussenpersoon of financiële adviseur.


9. Volgens het jaaroverzicht gaat op dit moment een groot deel van mijn inleg op aan kosten. Hoe kan dit?

Kosten worden bij veel beleggingsverzekeringen in één keer of gedurende de eerste 5-10 jaar van de looptijd ingehouden. Dat betekent dat u in de eerste jaren relatief veel kosten betaald, maar dat deze daarna meestal sterk afnemen. Beleggingsverzekeringen zijn producten bestemd voor de lange termijn en kennen meestal looptijden van 15-40 jaar. U moet dus niet kijken naar de kosten aan het begin van de looptijd, maar naar de kosten over de hele looptijd. De kans is groot dat de kosten in uw polis na enkele jaren sterk dalen.

U dient ook een onderscheid te maken tussen risicopremies en kosten. Risicopremies zijn afhankelijk van de door u zelf gekozen risicodekking. Als u de dekking verlaagt, worden ook de risicopremies lager. Ook is de risicopremie onder meer afhankelijk van het aantal verzekerden, hun leeftijd en rookgedrag. In sommige gevallen is de risicopremie ook gestegen door slechte beleggingsresultaten. Dit wordt ook wel ‘hefboom werking’ genoemd. De regeling voorziet ook in compensatie van verlies door deze ‘hefboom werking’. Meer informatie hierover staat bij vraag 10 “Hoe werkt het fonds voor schrijnende gevallen?”


10. Hoe werkt het fonds voor schrijnende gevallen?

De Verzekeraars stellen samen een fonds van maximaal € 85 miljoen ter beschikking waaruit ‘schrijnende gevallen’ een extra compensatie kunnen krijgen. Dit fonds is onder meer bestemd voor het vergoeden van verliezen die het gevolg zijn van de zogenaamde ‘hefboom’ en ‘inteer’ effecten die zich kunnen voordoen bij een bepaald type beleggingsverzekering, die universal life polis wordt genoemd.

Het hefboom effect houdt in dat bij tegenvallende beleggingsrendementen de premie voor de overlijdensrisicopremie in hoogte stijgt, waardoor dus hogere risicopremies worden ingehouden op een tegenvallend of zelfs dalend vermogen. Het negatieve effect van koersdalingen op de kapitaalsopbouw kan hierdoor worden versterkt. Dit kan zich overigens ook andersom voordoen: bij beter dan verwachte beleggingsrendementen daalt de overlijdensrisicopremie, zodat juist méér kapitaal wordt opgebouwd dan verwacht. Dit versterkende effect van de risicopremies wordt ook wel het ‘hefboom’ effect genoemd. Dit effect kan zich vooral merkbaar voordoen bij polissen waarin sprake is van een relatief hoge overlijdensrisicodekking. Door het terugbrengen van de overlijdensrisicodekking zullen de risicopremies dalen en kan ook het hefboom effect worden beperkt. Raadpleegt u daarom uw adviseur over de wenselijkheid en mogelijkheid van het aanpassen van de overlijdensrisicodekking in uw polis. Mogelijk kunt u hierop (veel) geld besparen.

Het ‘inteer’ effect treedt op doordat bij universal life polissen de kosten en risicopremies niet uit uw bruto premie inleg worden voldaan, maar uit de beleggingen. Dat betekent dat uw bruto premie volledig wordt belegd, maar dat uit deze beleggingen iedere maand participaties worden verkocht om daarmee kosten en risicopremies te voldoen. Zolang deze participaties hierbij tegen dezelfde of een hogere koers worden verkocht dan waarvoor zij eerder zijn aangekocht, is dit niet zo’n probleem. Als de participaties echter tussentijds met verlies worden verkocht, wordt als het ware ‘ingeteerd’ op het vermogen binnen de polis. In extreme situaties kan het – bij aanhoudend slechte beleggingsrendementen – voorkomen dat uiteindelijk alle beleggingen opgaan aan kosten en dat de polis hierdoor vóór de einddatum vervalt. Het inteereffect kan zich vooral merkbaar voordoen bij polissen waarop de bruto premie (grotendeels) aan het begin van de looptijd is voldaan, zoals bij koopsompolissen en hoog/laag constructies en dit is gebeurd in een periode waarin de beurskoersen veel hoger stonden dan nu. Overigens zal het inteereffect vooral echt merkbaar kunnen zijn als dit wordt versterkt door het hefboomeffect door een hoge overlijdensrisicodekking (zie hierboven).

De Verzekeraars van ASR Nederland zijn volgens de regeling verplicht om het (extra) verlies dat het gevolg is van de hierboven hefboom- en inteer effecten te compenseren. Deze compensatie dekt de periode vanaf de begindatum van de polis tot een datum gelegen kort voor het moment dat u (in 2010) van deze verzekeraars een individueel voorstel voor compensatie ontvangt. In dit voorstel is dan ook aangegeven welk bedrag aan compensatie u ontvangt voor het hefboom/inteer effect indien dit hoger is dan € 50. Naar de toekomst toe kunt u het hefboom/inteer effect in uw polis mogelijk sterk verminderen door uw overlijdensrisicodekking te verlagen en/of uw beleggingen aan te passen (switchen). Raadpleegt u hiervoor altijd uw tussenpersoon of financiële adviseur.

Daarnaast is het fonds voor schrijnende gevallen bestemd voor gevallen waarin de polishouder groot, ongerechtvaardigd en onaanvaardbaar nadeel leidt als gevolg van de (berekening)systematiek van zijn polis. Hierbij moet u denken aan polissen waarop zelfs ná vergoeding van te veel betaalde kosten en het eventuele hefboom/inteer verlies nog steeds sprake is van aanzienlijk extra verlies ten gevolge van de specifieke productrisico’s van de polis (niet het gewone beleggingsrisico). Consumenten met een dergelijke polis zullen in bepaalde gevallen een verzoek kunnen doen voor aanvullende compensatie uit het fonds.

Het fonds voor schrijnende gevallen zal worden beheerd door een onafhankelijke commissie. De precieze werkwijze van het fonds zal nog nader tussen de verzekeraars en de belangenorganisaties worden afgestemd. Hierover zult u nog nader worden geïnformeerd.


11. Is de regeling met de Verzekeraars van ASR Nederland nu al definitief?

Ja. WPC heeft alle polishouders van de Verzekeraars die voor 13 januari 2009 (om 15:00 uur) bij haar waren aangesloten (en die de donatie hadden betaald) in de gelegenheid gesteld om via de website een stem uit te brengen over de regeling. Een ruime meerderheid van de achterban heeft voor de regeling gestemd. Ook bij de Stichting Verliespolis heeft de achterban de regeling goedgekeurd. Dit maakt, met het gegeven dat aan alle andere voorwaarden van de regeling is voldaan, dat de regeling blijft bestaan en deze niet meer kan worden ontbonden door de Verzekeraars of de Stichtingen. De stemmers die vóór de regeling hebben gestemd, behouden wel het recht om hier op terug te komen. In 2010 ontvangt uw verzekeraar een overzicht waarop staat aangegeven welke compensatie u kunt verwachten. Op dat moment kunt u nog steeds besluiten om niet aan de regeling mee te doen. De stemming is in dit opzicht dus vrijblijvend geweest.


12. Wat vindt het bestuur van WPC van de regeling?

Stichting WPC is van mening dat de regeling een voldoende oplossing biedt voor de meerderheid van de polishouders van de Verzekeraars van ASR Nederland. In heel veel gevallen is het niet lonend om zelf te procederen, omdat dit zeer lang kan duren en aanmerkelijk meer kan kosten dan dat het oplevert. De regeling biedt alle polishouders duidelijkheid en zekerheid: u weet dan wat u betaalt en dat te hoge kosten worden terugbetaald. Nu de meerderheid van de stemmen vóór de regeling is, heeft WPC de collectieve actie tegen de Verzekeraars stopgezet. U behoudt - nu de regeling tussen WPC, en ASR Nederland een feit is - echter wel het recht om zelfstandig door te procederen of om dit te doen via een andere belangenorganisatie, die geen partij bij de regeling is.


13. Hoe werkt de stemprocedure over de regeling?

U kunt nu geen stem meer uitbrengen over de regeling met de Verzekeraars van ASR Nederland. De stemming over deze regeling is gehouden in januari 2009, via het besloten gedeelte van de website. Een ruime meerderheid (76%) van de stemgerechtigden heeft een stem uitgebracht, waarbij meer dan 99,5% van deze stemmers Voor de regeling heeft gestemd. Aan de stemming konden alleen mensen meedoen, die op dat moment bij WPC waren geregistreerd (voor 13 januari 2009, om 15.00 uur), die een of meerdere polissen van een of meerdere van de Verzekeraars van ASR Nederland onder hun account hadden ingevoerd (voor 13 januari 2009, om 15.00 uur) en die hun donatie hadden voldaan.

Alle deelnemers die hun stem hebben uitgebracht (zowel de voor als tegen stemmers), hebben begin 2009 een extra uitkering van € 50 ontvangen als dank voor hun stem en het feit dat zij zich al eerder bij WPC hadden aangesloten. Mede dank zij uw steun hebben wij de regeling kunnen treffen.


14. Hoe wordt gecontroleerd of de verzekeraars zich aan de regeling houden?

WPC en de andere belangenorganisaties zullen toezicht blijven houden op de naleving van de regeling door de Verzekeraars van ASR Nederland. Om dit goed te kunnen doen (en ook nog te kunnen blijven optreden tegen andere verzekeraars) heeft WPC bedongen dat de Verzekeraars de hiervoor daadwerkelijk door WPC gemaakte en nog te maken kosten moeten betalen. Hierdoor kan WPC de collectieve belangen van de polishouders blijven behartigen. Deze kostenregeling komt overeen met de kostenregeling met Delta Lloyd en ING Groep.